Droogte in de delta
De zomer is net achter de rug. Volgens het KNMI was 2026 de warmste zomer sinds het begin van de metingen in 1901. Met gemiddeld 170 millimeter neerslag, tegen normaal 224 millimeter, was hij bovendien erg droog. Eind augustus bedroeg het landelijke neerslagtekort ongeveer 285 millimeter. Daarmee hoorde 2026 bij de vijf procent droogste jaren ooit gemeten.
Voor een land als Nederland is dit bijna een paradox. We wonen in een delta, zijn al eeuwen gespecialiseerd in het afvoeren van water en hebben tegelijkertijd steeds vaker te maken met droogte, beregeningsverboden en lage rivierstanden. In juli was zelfs officieel sprake van een feitelijk watertekort.
De gedachte om regenwater langer vast te houden is zeker niet nieuw. Integendeel.
Toen ik als kind in Otrobanda woonde, een stadsdeel van Willemstad op Curaçao, hadden wij midden in die droge omgeving een weelderige achtertuin. De grond was er opvallend vochtig, drassig zelfs. Op een eiland waar zoetwater schaars is, was het vroeger logisch om regenwater niet zo snel mogelijk kwijt te raken, maar het juist te bewaren. Veel oudere huizen beschikten over grote regenbakken, soms zo groot dat je ze bijna regenhuisjes kon noemen, waarin het dakwater via goten werd verzameld.
Juist daarom verbaast het mij dat ik dergelijke systemen tegenwoordig op Curaçao bijna niet meer tegenkom, terwijl er volop wordt gebouwd en de tuinen steeds weelderiger lijken te worden. Wie daar zijn tuin met leidingwater besproeit, gebruikt in feite water dat uit zeewater is geproduceerd door ontzilting. Dat is een energie-intensief en kostbaar proces. Waarom regenwater laten weglopen om vervolgens kostbaar gedesalineerd water te gebruiken om planten en gazons te besproeien?
Dat brengt mij bij een soortgelijke vraag voor Nederland.
Waarom maken we regenwateropslag niet standaard bij nieuwbouw? Ik denk dan niet aan een regenton van 200 liter, maar aan een ondergrondse tank van bijvoorbeeld 5.000 liter. Het opgevangen en gefilterde regenwater kan worden gebruikt om toiletten door te spoelen, kleding te wassen, de woning of auto schoon te maken en de tuin te sproeien. Allemaal toepassingen waarvoor we nu meestal drinkwater gebruiken, terwijl drinkwaterkwaliteit daarvoor helemaal niet nodig is.
Wanneer de tank vol is, kan het overtollige water, waar bodem en grondwaterstand dat toelaten, via bijvoorbeeld een infiltratiekrat langzaam de bodem in zakken. Zo verdwijnt het niet direct via riool, sloot en rivier richting zee, maar krijgt het de tijd om bij te dragen aan de aanvulling van het grondwater.
Bij appartementen zouden collectieve tanks kunnen worden toegepast. Bij grote renovaties zou hetzelfde kunnen gelden
Dit is allang geen experimentele gedachte meer. Op verschillende plaatsen in de wereld worden dergelijke systemen al toegepast. In Vlaanderen is regenwateropvang bij nieuwbouw en veel verbouwingen zelfs verplicht. Ook in New South Wales in Australië wordt regenwateropvang gebruikt om aan verplichte waterbesparingsnormen te voldoen.
Een nog aansprekender voorbeeld is Tamil Nadu in Zuid-India, een deelstaat met ongeveer 77 miljoen inwoners. Daar is regenwateropvang al jarenlang verplicht. Veel nadruk ligt er juist op infiltratie: regenwater wordt niet alleen opgeslagen, maar waar mogelijk terug de bodem in geleid om het grondwater aan te vullen. Dat dit geen papieren maatregel is, blijkt uit cijfers van de overheid: van ruim 4,6 miljoen gebouwen in de betreffende stedelijke gemeenten zijn er meer dan 4,1 miljoen voorzien van een regenwateropvangsysteem.
Maar hoeveel zou zoiets in Nederland eigenlijk uitmaken?
Het RIVM berekende dat van een gemiddeld Nederlands dak jaarlijks een niet geringe hoeveelheid bruikbaar regenwater kan worden opgevangen. Als we dat voorzichtig doortrekken naar alle eengezinswoningen in Nederland, komen we uit op ongeveer 131 miljoen m³ water per jaar.
Ter vergelijking: het totale huishoudelijke drinkwatergebruik bedraagt ruwweg 780 miljoen m³ per jaar. Daarmee wordt duidelijk dat grootschalige regenwateropvang zeker loont.
Die 131 miljoen m³ is natuurlijk geen gegarandeerde besparing. Regen valt niet altijd op het moment dat we het water nodig hebben en tanks zullen soms overlopen. Maar juist dat overtollige water kan waar mogelijk infiltreren en het grondwater aanvullen. Bovendien zijn flats, kantoren, scholen, distributiecentra en bedrijfshallen in deze vergelijking nog niet eens meegenomen.
Regenwateropvang lost de Nederlandse droogte niet op. Maar hij doet wel meerdere dingen tegelijk: hij vermindert de piekbelasting van het riool, spaart drinkwater, houdt water langer vast op de plek waar het valt én kan bijdragen aan de aanvulling van het grondwater.
Misschien moeten we daarom stoppen regenwater uitsluitend als een afvoerprobleem te zien.
Eerst gebruiken wat we kunnen gebruiken, vervolgens infiltreren wat we kunnen vasthouden en pas het echte overschot afvoeren. In een land dat tegelijkertijd bang is voor te veel én te weinig water, lijkt mij dat een opmerkelijk logische stap.